|
Bijzondere bijstand in begrafeniskosten en inlichtingenplicht Bijstand in begrafeniskosten van hun vader is aangevraagd door twee broers. Afwijzing van bijzondere bijstand voor de ene broer is niet terecht, nu in een identieke beroepsprocedure van de andere broer de noodzakelijke financiële gegevens zijn ingebracht (gemeente Amsterdam) |
| 15-12-2009 |
Naar vaste rechtspraak levert schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond op voor weigering van algemene bijstand, indien als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of, en zo ja in hoeverre, de betrokkene verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden. Het is dan aan de betrokkene feiten te stellen en zonodig te bewijzen dat in het geval wel aan de inlichtingenverplichting zou zijn voldaan over de betreffende periode recht op (aanvullende) bijstand bestond. Volgens vaste rechtspraak van de Raad dienen daarbij ook de door de belanghebbende in de (hoger) beroepsfase alsnog verstrekte gegevens te worden betrokken. Deze rechtspraak is ook van toepassing indien, zoals in het onderhavige geval, bijzondere bijstand wordt geweigerd omdat het recht daarop wegens schending van de inlichtingenverplichting niet kan worden vastgesteld.
Vaststaat dat betrokkene in de beroepsfase de gevraagde financiële gegevens van zijn vader niet zelf heeft ingebracht, maar dat zijn broer dat in die fase wel heeft gedaan. Ook staat vast dat met deze gegevens het recht op bijzondere bijstand van de broer kon worden vastgesteld. Aan hem is immers hangende de beroepsprocedure alsnog bijzondere bijstand voor (een deel van) die kosten toegekend. De gemachtigde heeft hierop uitdrukkelijk gewezen.
Onder deze omstandigheden doet het enkele feit dat betrokkene in de beroepsfase niet zelf de hiervoor bedoelde gegevens heeft ingebracht er niet aan af dat ook in zijn zaak in die fase voldoende inzicht is verkregen in de financiële situatie van zijn vader, zodat al op dat moment het recht op bijzondere bijstand kon worden vastgesteld.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2009/68
|