|
Afstemming ondanks geloofsovertuiging Geschil inzake inkorting van baard resp. weigering vrouwen de hand te schudden wegens islamitische geloofsovertuiging. Betrokkene heeft in redelijkheid niet kunnen weigeren aan de verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, WWB te voldoen, omdat sprake zou zijn van schending van de Awgb (gemeente Amsterdam).
|
| 17-12-2009 |
Nu betrokkene een bijstandsuitkering ontvangt en geacht moet worden de daaraan verbonden verplichtingen tevens te aanvaarden, is de eis dat de baard tot maximaal vijf cm. moet worden ingekort om aan werk als beveiliger te komen niet zodanig verstrekkend, dat dit in redelijkheid niet van betrokkene kan worden gevergd. Hetzelfde geldt voor het geven van een hand aan vrouwelijke collega’s en klanten.
De vrijheid van een ieder om zich te gedragen en eruit te zien zoals hij wil dient te worden gerespecteerd, maar vindt zijn begrenzing op het moment dat dit leidt tot grote beperkingen in de toegang tot de arbeidsmarkt.
Het belang van de gemeente bij de uitvoering van de WWB weegt zwaarder dan het belang van betrokkene. De werkvoorschriften als middel voor het bereiken van het legitieme doel zijn passend en noodzakelijk. Van strijd met de Awgb is geen sprake.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2009/69
|