|
Verzwegen gezamenlijke huishouding niet aannemelijk gemaakt Geen rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel verzet zich er tegen dat, na een onrechtmatig bevonden huisbezoek, een nader onderzoek volgens artikel 53a WWB wordt ingesteld naar de rechtmatigheid van verleende of nog te verlenen bijstand. De bevindingen van een dergelijk onderzoek mogen wél bij de beoordeling van het recht op bijstand worden betrokken (gemeente Roerdalen) |
| 15-12-2009 |
Verzwegen gezamenlijke huishouding volgens artikel 3 WWB? In dit geval bestond geen redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek. Volgens vaste rechtspraak vormt een anonieme tip over de woon- en leefsituatie van degene die bijstand aanvraagt of ontvangt als zodanig geen redelijke grond voor het afleggen van een huisbezoek. De door de sociaal rechercheur verrichte observaties vormen samen met deze tip evenmin voldoende aanleiding om redelijkerwijs te twijfelen aan de juistheid van de verstrekte gegevens.
Het gaat hier om een inbreuk op het huisrecht, zodat het huisbezoek als onrechtmatig moet worden aangemerkt en de resultaten van het huisbezoek niet mogen worden gebruikt.
Geen rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel verzet zich er tegen dat na een onrechtmatig bevonden huisbezoek een nader onderzoek (volgens artikel 53a WWB) wordt ingesteld naar de rechtmatigheid van verleende of nog te verlenen bijstand en dat de bevindingen van een dergelijk onderzoek bij de beoordeling van het recht op bijstand worden betrokken.
Dat betekent dat de omstandigheid dat een huisbezoek onrechtmatig is in beginsel niet meebrengt dat de bevindingen uit een nader onderzoek niet mogen worden gebruikt bij de beoordeling van het recht op bijstand van degene jegens wie dat huisbezoek onrechtmatig is. Dit wordt eerst anders indien gezegd moet worden dat het bestuursorgaan in redelijkheid geen gebruik kon maken van de bevoegdheid tot het instellen van een nader onderzoek of van de daardoor verkregen onderzoeksresultaten, gelet op de wijze waarop dat in het concrete geval is gebeurd. De Raad ziet geen grond voor het oordeel dat zich hier een dergelijke situatie voordoet.
De nadere onderzoeksgegevens bieden evenwel onvoldoende grondslag voor de conclusie dat hier een gezamenlijke huishouding is gevoerd.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2009/70
|