|
Bijzondere bijstand in kosten van woninginrichting Voor de hoogte van bijstand in kosten van woninginrichting is de gemeente niet verplicht uit te gaan van NIBUD-normen, maar kunnen richtprijzen worden gehanteerd die zijn afgeleid van en afgestemd op het lokaal winkelaanbod (gemeente Groningen) |
| 19-01-2010 |
Het college is bevoegd, indien het in het voorliggende geval heeft vastgesteld dat voor de kosten van woninginrichting in beginsel bijzondere bijstand dient te worden verleend, bij de bepaling van de hoogte van de bijstand voor de verschillende kostenposten richtprijzen te hanteren. Daarbij is het college niet verplicht om uit te gaan van de NIBUD-normen.
Het is niet onredelijk, gelet op het karakter van de bijstand als bodemvoorziening, dat het college uitgaat van de goedkoopste passende voorzieningen, en dat het college richtprijzen gebruikt die zijn afgeleid van en afgestemd op het winkelaanbod in de stad Groningen.
De Raad ziet geen grond voor het oordeel dat hantering bij de onderhavige aanvraag (2006) van de met ingang van 1 januari 2005 geldende, en nadien niet geïndexeerde richtprijzen in dit geval onredelijke of anderszins onaanvaardbare consequenties heeft gehad. Daarbij betrekt de Raad dat de vorengenoemde berekening van de hoogte van de bijstand uitkomt op een bedrag van € 2.842,50 en dat een bedrag van € 3.000,00 is toegekend.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/04
|