|
Verrekening van Belgisch pensioen Een van overheidswege verstrekt Belgisch pensioen wordt voor de toepassing van de WWB niet vrijgelaten (gemeente Maastricht) |
| 11-05-2010 |
De Raad stelt vast dat het onderscheid tussen een particuliere oudedagsvoorziening en een pensioen van overheidswege rechtstreeks voortvloeit uit artikel 33, vijfde lid, van de WWB. Uit de geschiedenis van totstandkoming blijkt dat vrijlatingsregeling is opgenomen om een gelijke behandeling mogelijk te maken tussen degenen met alleen een als periodieke uitkering ontvangen (particuliere) oudedagsvoorziening en degenen waarvan de aanvulling op het AOW-pensioen bestaat uit de vrijgelaten rente over het bescheiden vermogen.
Onder deze omstandigheden kan niet worden staande gehouden dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld door in dit geval de in artikel 33, vijfde lid, van de WWB neergelegde vrijlatingsregeling niet toe te passen op het Belgisch pensioen.
In aanmerking genomen dat het Belgisch pensioen moet worden gerekend tot de middelen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, WWB en dat dit pensioen niet valt onder de vrijlatingsregeling van artikel 33, vijfde lid, van de WWB, is de Raad van oordeel dat het college bevoegd was om de bijstand in die zin te herzien, dat de eerdere vrijlating voor het Belgisch pensioen niet meer geldt met ingang van datum kennisgeving primair besluit.
Het gegeven dat er geen sprake was van nieuwe of nieuw gebleken feiten of omstandigheden doet hier niet aan af. Herstel van een eerder gemaakte fout is toegestaan.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/38
|