|
Anonieme getuigenverklaring Bij de beoordeling van de woonplaats volgens artikel 40 WWB kunnen anonieme getuigenverklaringen niet dienen als bewijs, terwijl overigens voldoende feitelijke grondslag in het proces-verbaal ontbreekt (gemeente Noardwest Fryslân) |
| 12-05-2010 |
De vraag waar iemand woonplaats heeft als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de WWB moet worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden.
In CRvB 8 oktober 1996 nr. 95/8278A ABW, JWWB 1996/239 heeft de Raad overwogen dat anonieme verklaringen weliswaar grond kunnen zijn voor een onderzoek naar de rechtmatigheid van een uitkering, maar dat dergelijke verklaringen niet kunnen dienen als bewijs van de onrechtmatigheid van een uitkering, reeds omdat dergelijke verklaringen niet controleerbaar zijn. De rechtbank oordeelt daarom dat de anonieme verklaringen niet kunnen dienen als bewijs voor de stelling van de dienst dat betrokkene ten tijde in geschil geen woonplaats had in een bepaalde gemeente.
Vervolgens is aan de orde of het overige in het rapport gepresenteerde materiaal het standpunt van de dienst, dat betrokkene ten tijde in geschil geen woonplaats had in bedoelde gemeente, kan dragen. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/40
|