|
Langdurigheidstoeslag Volgens de verordening wordt alleen een langdurigheidstoeslag verstrekt bij een inkomen dat niet hoger is dan 100 % van de toepasselijke bijstandsnorm. Wegens een geringe overschrijding van de bijstandsnorm vernietigt de rechtbank een afwijzing en kent de rechtbank, gelet op de bedoeling van de wetgever, alsnog een langdurigheidstoeslag toe over 2009 (gemeente Nijmegen) |
| 08-06-2010 |
Uit de geschiedenis van totstandkoming van artikel 36 WWB leidt de rechtbank af dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om de mogelijkheid open te laten, dat personen die onder de regeling, zoals die van kracht was tot en met 31 december 2008, recht hadden op langdurigheidstoeslag, daarvan onder de nieuwe (lokale) regeling worden uitgesloten.
De rechtbank stelt vast dat zulks i.c. wel is geschied door de klaarblijkelijke en niet nader gemotiveerde keuze van de gemeenteraad van Nijmegen om personen als betrokkene, die gedurende een reeks van jaren van een minimaal inkomen hebben moeten rondkomen maar bij de aanvraag van de langdurigheidstoeslag een marginaal hoger inkomen genoten dan de toepasselijke bijstandsnorm, buiten de reikwijdte van de langdurigheidstoeslag te houden.
In het geval van betrokkene leidt dat ertoe dat overschrijding van de bijstandsnorm met ongeveer € 180 per jaar een verlies van € 350 aan langdurigheidstoeslag tot gevolg heeft. Betrokkene gaat er dus per saldo fors op achteruit zonder dat er sprake is van enig zicht op inkomensverbetering. De rechtbank is om die reden van oordeel dat toepassing van artikel 1, eerste lid aanhef en onder c, van de Verordening in het onderhavige geval strijdig is met de bedoeling van de wetgever.
Over 2009 wordt door de rechtbank een langdurigheidstoeslag toegekend van € 350.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/41
|