|
Huisbezoek en medewerkingsverplichting Nu geen inzage is verleend in de laden van een dressoir van belang om woon- en leefsituatie te controleren en te verifiėren- kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld (gemeente Amsterdam) |
| 01-06-2010 |
De bevindingen van het huisbezoek en de tijdens dat bezoek door betrokkene afgelegde verklaring, die een vermoeden van samenwoning rechtvaardigden, vormden een redelijke grond om van betrokkene te verlangen inzage te verlenen in de drie laden van het dressoir in de woning, teneinde verdere duidelijkheid te verkrijgen over zijn woon- en leefsituatie. De door betrokkene tijdens het huisbezoek gegeven redenen om te weigeren inzage te verlenen in de laden van het dressoir acht de Raad - in aanmerking genomen het onmiskenbare verificatiebelang om tijdens het huisbezoek die inzage te verkrijgen - niet van zodanig zwaarwegende aard, dat daarvan zou moeten worden afgezien.
Gelet op de bevindingen van het huisbezoek en de eigen verklaring moet het niet uitgesloten worden geacht dat de persoonlijke papieren, de administratie en de post van de medebewoner in de laden van het dressoir waren opgeborgen.
Betrokkene heeft niet voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting, door geen inzage te verschaffen in de laden van het dressoir, hetgeen in zijn geval noodzakelijk was om zijn woon- en leefsituatie te controleren en te verifiėren. Met zijn weigering heeft hij tevens het stellen van vragen en het verstrekken van nadere informatie over de bij de voorgenomen inzage aan te treffen inhoud van die laden onmogelijk gemaakt en daarmee zijn verplichting om ter zake inlichtingen te verstrekken geschonden met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/42
|