|
Bijzondere bijstand in schulden Artikel 13 eerste lid onder f WWB vormt een beletsel voor bijzondere bijstand in schulden terwijl zeer dringende redenen om in afwijking van deze bepaling volgens artikel 49, aanhef en onder b, WWB bijstand te verlenen ontbreken (gemeente Amsterdam) |
| 07-06-2010 |
Deze schuldenlast (KPN Mobile) is mede ontstaan als gevolg van het feit dat de bijstand over de periode van 23 april 2004 tot en met 13 juni 2004 pas bij het besluit van 14 april 2005 is toegekend. Dat is evenwel op zichzelf nog niet voldoende voor toepassing van artikel 49, aanhef en onder b WWB, evenmin als het bestaan van een grote schuldenlast als zodanig.
Er moet, gelet op het uitzonderingskarakter van deze bepaling en mede gelet op de bewoordingen ervan, tevens sprake zijn van een situatie waarin de behoeftige omstandigheden van de betrokkenen op geen andere wijze zijn te verhelpen en bijstandsverlening dus onvermijdelijk is. Van dergelijke omstandigheden is de Raad niet gebleken.
Met name is niet gebleken dat sprake is van schulden die betrokkene in haar bestaansvoorziening bedreigden. Het voorgaande betekent dat van zeer dringende redenen in de zin van artikel 49, aanhef en onder b, van de WWB ten tijde hier van belang geen sprake was, zodat het College niet bevoegd was over te gaan tot verlening van bijzondere bijstand voor de schulden van appellante.
Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn (artikel 6 EVRM) afgewezen.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/43
|