|
Terugvordering wegens verkopen op internet Verkoop van goederen op internet en de gevolgen daarvan voor het recht op bijstand (gemeente Dongeradeel) |
| 08-06-2010 |
Voor zover sprake zou zijn van de verkoop van privé-goederen van de familie van betrokkene blijkt niet uit de administratie of anderszins, dat betrokkene de opbrengst van die goederen aan zijn familie (terug)gaf. Dit betekent dat het college de met deze verkoopactiviteiten verworven middelen terecht als inkomsten als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de WWB heeft aangemerkt, die op de bijstand in mindering moeten worden gebracht.
Voor de hoogte van de in aanmerking te nemen inkomsten heeft de gemeente kunnen aansluiten bij de in de eigen administratie als winst benoemde bedragen. Eventuele onvolkomenheden hierin moeten voor rekening en risico van betrokkene blijven.
Voor de toepassing van de WWB is het niet verboden om goederen via internet te verkopen, mits daarvan melding wordt gemaakt aan het bijstandverlenend orgaan indien daarmee inkomsten worden gegenereerd. De opbrengst van het incidenteel verkopen van privé-goederen, al dan niet via internet, behoeft in het algemeen niet als inkomen te worden aangemerkt, zodat daarvan in beginsel geen mededeling behoeft te worden gedaan.
Achteraf moet worden vastgesteld dat betrokkene destijds onjuiste, althans onvolledige, informatie heeft verstrekt. Toen het vermoeden rees dat betrokkene wel degelijk inkomsten had uit de verkopen op internet en handelde in strijd met de op hem rustende inlichtingenverplichting, heeft het college terecht een nader onderzoek ingesteld naar zijn recht op bijstand. Het college was op dat moment geenszins gehouden om betrokkene te attenderen op de mogelijke gevolgen van deze schending van zijn inlichtingenverplichting. Men heeft een redelijke terugvordering vastgesteld.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/45
|