|
Bijzondere bijstand in de salariskosten bewindvoerder i.v.m. WSNP Een uitvoeringspraktijk waarbij van de betrokken schuldenaar wordt verlangd het salaris van de bewindvoerder steeds te betalen, ook al zakt zijn inkomen daardoor onder de beslagvrije voet, is in strijd met de Fw en met het in dit geval uitgesproken schuldsaneringsvonnis. Het college verzet zich er terecht tegen dat deze strijd wordt “opgelost” door de verlening van bijzondere bijstand (gemeente Venlo)
|
| 29-06-2010 |
Van een schuld in de zin van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB is geen sprake, nu het hier gaat om een aanvraag om bijzondere bijstand voor nog te betalen (voorschotten op) salaris voor de bewindvoerder. De Raad volgt het college niet in zijn standpunt dat verlening van bijzondere bijstand hier afstuit op het bepaalde in artikel 15, eerste lid, van de WWB.
Voor de toepassing van de WWB dient bij het wettelijk traject de noodzaak van de schuldsaneringsregeling uitgangspunt voor het college te zijn. Dat betekent evenwel nog niet dat in alle gevallen zonder meer tot verlening van bijstand in de salariskosten van de bewindvoerder moet worden overgegaan.
Het college heeft terecht, gelet ook op het beoordelingskader van artikel 35 WWB, naar voren gebracht dat steeds zal moeten worden beoordeeld of de kosten van de bewindvoerder zich voor de betrokkene ook daadwerkelijk voordoen. Namens betrokkene is naar voren gebracht dat de boedel geen ruimte bood voor de betaling van het voorschot op het salaris van de bewindvoerder, zoals door de rechtbank vastgesteld.
Dit betekent dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd zich niet voordeden en dat deze, indien deze zijn voldaan, zonder noodzaak zijn betaald. Immers, uit het vonnis van de rechtbank kan niet anders worden afgeleid dan dat gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling alleen een voorschot op het salaris mocht worden genomen bij toereikend actief. De kosten waarvoor bijzondere bijstand werd gevraagd kunnen in dit geval niet worden aangemerkt als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB.
|
www.bijstandszaken.nl
BZK 2010/47
|